Menu

Het Graven(Steen) - Opiniestuk Matthias Francken, algemeen directeur Herita vzw

Gravensteen

“We kunnen onze wil niet zomaar opleggen aan erfgoedlocaties. Het gebouwd geheugen geeft ons een les in nederigheid “

Zowel in Gent als Antwerpen, twee steden die bedeeld zijn met een fantastisch patrimonium, is een levendig debat ontstaan over ‘moderne’ toevoegingen aan ons onroerend erfgoed. Niet toevallig over twee van de oudste gebouwen in deze steden. Wat is er aan de hand, is er een plotse opstoot van bewustwording rond erfgoed? Ik denk van niet, de oorzaak van het protest is dieper te zoeken en vraagt een kleine verkenning van wat erfgoed nu eigenlijk betekent voor onze hedendaagse maatschappij.

Eerst en vooral is onroerend erfgoed ons gebouwd geheugen. Het is ondertussen een algemeen gedeeld cliché zo hoog als een huis. Maar wat bedoelen we er nu eigenlijk mee? Voor mij betekent het dat onze wortels als samenleving honderden jaren teruggaan, met allerlei kronkels, bochten en aftakkingen. Het is geen recht pad, maar net zeer complex. Onroerend erfgoed dat bewaard is gebleven geeft blijk van één of meerdere momentopnames uit onze geschiedenis, en vormt zo een kleine kier waardoor we naar onze eigen geschiedenis kunnen kijken.
Eigen aan een momentopname is dat er zeer veel context en omliggende informatie net níet wordt getoond. Daarom speelt onze verbeelding en fantasie volop bij het bezoeken en bewonderen van een erfgoedlocatie. Wat er niet (meer) staat, spreekt evenzeer tot de verbeelding als wat er nog wel staat. Onroerend erfgoed lijkt in zekere zin vrij eenvoudig, het is in zijn meest gereduceerde benadering gewoon een combinatie van harde bouwmaterialen. Maar tegelijk is onroerend erfgoed bij het meest fragiele dat zich in onze steden, dorpen en landschappen bevindt, omdat het zo afhankelijk is van de emoties, ideeën, gevoelens en verbeelding die het opwekt.

Het (Graven)Steen
Die fragiliteit vormt net de sterkte van onze mooiste monumenten, waartoe we het Gravensteen en Het Steen zeker mogen rekenen. Dat betekent dat ingrepen die vanuit technisch oogpunt vrij kleinschalig zijn, toch een enorme impact kunnen hebben op de manier waarop we een monument ervaren, de manier waarop een monument zich positioneert in de directe omgeving. Als je een puzzel afwerkt op 1 stukje na, zal iedereen zich afvragen wat er met dat stuk is gebeurd. Veel aandacht zal de rest van de puzzel niet krijgen, hoeveel werk het ook is geweest om die nauwgezet te leggen.
Met monumenten is het niet anders. Ze zijn kwetsbaar, en net daarom hebben ze een beschermd statuut. Dat betekent per definitie dat monumenten wat weerbarstig zijn, ze hebben als het ware een koppig en eigenwijs karakter. Ze zijn mogelijk niet geschikt voor het ontvangen van grote aantallen bezoekers. De ruimtes zijn mogelijk niet geschikt voor een vlotte doorstroming en eenvoudige commercialisering via locatieverhuur. Het zijn mogelijk ruimtes die nooit topscores zullen halen op energie-efficiëntie. Etc.

“dorps- of stadsbewoners, die hebben doorgaans de beste voelsprieten om te waarschuwen wanneer het fragiele totaalbeeld van een monument dreigt verstoord te worden.”

Maar het zou een fout zijn om die kenmerken te zien als vervelende drempels die we moeten slopen. We kunnen onze wil niet zomaar opleggen aan erfgoedlocaties. Het gebouwd geheugen geeft ons een les in nederigheid, dat is net wat velen van ons zo raakt bij het bewonderen van een monument. Voor de restauratie, conservatie en herbestemming van erfgoed is het wenselijk te vertrekken vanuit de plek zelf, en daaruit te leren wat de plek wel of niet toelaat. Wat is wenselijk, wat is mogelijk, en welke beperkingen legt het monument ons op?
Erfgoed is genereus, we kunnen er constant inspiratie, schoonheid en kennis uit halen. Maar een duurzame relatie vereist ook wederkerigheid. Wij moeten ook genereus zijn naar ons erfgoed toe. We moeten erkennen waar de grenzen liggen, en daarvoor begrip opbrengen. Een goede graadmeter
daarvoor is het spontane aanvoelen van de betrokken dorps- of stadsbewoner, die hebben doorgaans de beste voelsprieten om te waarschuwen wanneer het fragiele totaalbeeld van een monument dreigt verstoord te worden.

Matthias Francken