Menu

Het mysterie van de lege nissen van het stadhuis van Leuven

Het duurde 400 jaar voor de 236 nissen van het stadhuis van Leuven bezet werden met beelden. Waarom duurde het zo lang? Waarom werd niet meteen de kers op de taart van dit prachtige gotische bouwwerk gezet? En wat heeft de 19e -eeuwse schrijver Victor Hugo met het stadhuis van Leuven te maken?

Stedelijk bouwmeester Matthijs de Layens werkte 21 jaar van zijn leven aan de bouw van het stadhuis van Leuven op de Grote Markt. Twee van zijn voorgangers hadden al een deel afgewerkt. Het belangrijkste deel kwam Matthijs toe. De eerstesteenlegging gebeurde in 1448 en in 1469 was het gebouw afgewerkt. De werken verliepen relatief voorspoedig, maar moest de term toen al zijn uitgevonden dan vermoeden we dat Matthijs een maagzweer heeft overgehouden aan wat volgt.

Schip kapseist

De 236 nissen stonden er nog leeg bij. Het stadhuis telt drie verdiepingen en tussen elk venster bevinden zich twee nissen. Er zijn ook nissen op drie van de vier hoektorens.

De enige die ooit over de lege nissen heeft geschreven is Jos Smeyers in het boekje ‘Waarom het Leuvense stadhuis zo lang zonder beelden bleef’ (1998). De gebeurtenissen in de 15e en 16e eeuw halen we uit deze sage en is niet historisch correct, maar leest wel leuk.

Meteen na de afwerking van het monumentale gebouw gaf het stadsbestuur al opdracht om vijf beelden te plaatsen. Matthijs moest de fabricatie, het vervoer en de plaatsing van de beelden regelen. De toen nog jonge Leuvense universiteit gaf advies over welke personages in eeuwige steen moesten worden uitgehakt. Twee gilden betaalden de beelden. Het werden:

  • Sint-Pieter met zijn sleutels (de man die de poort naar de hemel bewaakt)
  • Paus Martinus V (de man die in 1425 de toelating had gegeven voor de oprichting van een universiteit in Leuven)
  • Arnulf van Karinthië (de man die in 891 de Noormannen verslagen had)
  • Reinier I (stamvader van het Leuvense gravenhuis)
  • Fiere Margriet met haar bierkruikje (Oef, toch nog een vrouw. Een lokale heilige die haar eigen kapel heeft in de Sint-Pieterskerk)
Stadhuis Leuven

In 1472 zijn de beelden klaar en worden ze via de Dijle verscheept naar Leuven. Door een zware storm en omdat de Dijle uit zijn oevers treedt, kapseist het schip terwijl het aan de ketting ligt. De beelden breken in stukken en worden meegesleurd door het wassende water.  

Diefstal van de beelden

Het stadsbestuur geeft opdracht tot het kappen van dezelfde beelden bij dezelfde beeldhouwer. Opnieuw is Matthijs de Layens verantwoordelijk. Twee jaar later zijn ze klaar. Het lukt dit keer zelfs om de beelden in de nissen in de onderste verdieping te plaatsen. Niet veel later blijken de beelden gestolen uit hun nissen. “De meyer ende de bouwmeester ende alle de goede Lovenaers waeren thert inne bi dese niewen rampspoet”, volgens een kroniek uit 1475 die wordt aangehaald in het boekje van Jos Smeyers.

Stadhuis Leuven

Orkaan rukt de beelden weg

Het stadsbestuur bestelt een derde keer de vijf beelden bij dezelfde beeldhouwer. Twee jaar later zijn ze klaar. Matthijs de Layens leert uit zijn fouten. Hij laat ze in de bovenste nissen plaatsen, ver van grijpgrage handen. In de vieringtoren van de Sint-Pieterskerk bewaken twee wachters het plein. In de nacht van 5 januari 1477 raast een heel zware storm over het land. De wind licht de vijf beelden uit hun nis en laat ze in brokken uiteen vallen op de begane grond. Laat die 5e januari nu net ook de ochtend zijn waarop hertog van Bourgondië Karel de Stoute het leven laat nabij Nancy. Zijn dood betekent het begin van een lange Leuvense opstand tegen de Bourgondische (en later Habsburgse) machthebbers.

Nissen blijven leeg

In die omstandigheden wordt niet meer aan de beelden gedacht. Stedelijk bouwmeester Matthijs de Layens overlijdt in 1483. Dat die beelden hem nauw aan het hart lagen, bewijst de volgende anekdote: In 1480 bouwde hij drie huizen op het plein voor het stadhuis. De huizen zijn ondertussen afgebroken. In één van die huizen liet hij de resten van de beelden inmetselen in een zijmuur. Ook in de latere eeuwen was geen plek voor de beelden. De zestiende eeuw was met de pest, hongersnood en een waslijst aan belegeringen geen topeeuw voor Leuven. De zeventiende eeuw was al niet veel beter. Er treedt pas beterschap op in de 18e eeuw.

Erasmus, Stadhuis Leuven

Victor Hugo op doorreis

In 1852 is de toen al bekende Franse romanschrijver Victor Hugo (1802 – 1885) op doorreis in Leuven. Hij had zich openlijk uitgelaten tegen de politiek van de Franse keizer Napoleon III en was op de vlucht. In de eerste helft van 1852 woonde hij in Brussel. Hugo schreef tijdens zijn leven enorm veel brieven en had over alles en iedereen een mening die hij graag verkondigde.

Begin 1852 bereikte de brief ‘Meublez les niches’ van Victor Hugo het Leuvense stadsbestuur. Zijn pleidooi moet indruk gemaakt hebben, want vanaf dan wordt werk gemaakt van de beelden.

Terzijde, In 1841, elf jaar voor de brief van Victor Hugo, werd al een subsidie vrijgemaakt om het stadhuis van beelden te voorzien.

Het zou duren tot na 1880 voor alle 236 nissen zijn bezet. Op de benedenverdieping staan geleerden, kunstenaars en historische Leuvense figuren. Op de eerste verdieping staan de patroonheiligen van de Leuvense parochies. Op de tweede verdieping staan de heersers over Leuven, te beginnen bij de graven van Leuven tot en met Leopold II en op de nissen van de hoektorens staan bijbelse figuren. De beelden dragen de kleren uit hun eigen tijdvak. Tot nu toe werden geen beelden vervangen voor misstappen die ze zouden begaan hebben tijdens hun leven. Je kan je de vraag stellen of Leopold II als beeld op het stadhuis hier wel een plek heeft.

Eerbetoon aan de lege nissen

In de Wandelzaal hing beeldend kunstenaar Bram Kerkhofs vorig jaar twee enorme lusters op. Het zijn als het ware 3D-puzzels gevormd met 3.520 onderdelen. Hij haalde zijn inspiratie van de hoektorens op het stadhuis. Ook de nissen zijn op de lusters duidelijk te zien. Hij liet ze met opzet leeg, een verwijzing naar de 400 jaar zonder beelden.

“Erfgoed is onlosmakelijk een deel van het dna van deze stad”, zegt projectcoördinator Lesja Vandensande die de herbestemming van het stadhuis in goede banen leidt. “Vanaf 2026 wordt het stadhuis opnieuw het kloppende hart van de stad voor de Leuvenaar, én de bezoeker. Je ontdekt er dan niet alleen de geschiedenis van het monument maar ook de verhalen van de stad vroeger, vandaag en morgen. Tegelijkertijd blijft het dé plek voor huwelijken en jubilea, de maandelijkse gemeenteraad en ook de politie krijgt een nieuwe plek. Een nieuw toeristisch onthaal verwelkomt je en maakt je warm om naast het stadhuis ook de stad te ontdekken. Het wordt hét vertrekpunt voor je bezoek en een veelbelovende unieke ervaring.”

Bezoek dit wondermooie monument

Elke dag om 15 uur kan je een rondleiding meepikken in het stadhuis van Leuven.

Leden van Open Monumenten kunnen hier hun bon inruilen voor 1x gratis toegang en met hun lidkaart een getrouwheidspunt sparen. In ruil voor vijf punten kan je het stadhuis van Leuven gratis bezoeken.