Menu

Het mysterie van Huis Beaucarne

Huis Beaucarne
Huis Beaucarne

“Mysteries? Hoeveel wil je er?”

De tunnel naar de abdij

“Mysteries? Hoeveel wil je er?”, zegt kunsthistoricus Julien Fornari die samen met zijn verloofde Lena Vastesaeger Huis Beaucarne bewoont. Ze beschermen en koesteren het erfgoed alsof het hun tweede natuur is. Het omvangrijke archief van de vroegere beroemde bewoners van Huis Beaucarne is nog intact. “We hebben nog maar 5% doorgenomen en hopen hier nog veel vondsten te doen.”

Huis Beaucarne in Ename kent zijn gelijke niet in Vlaanderen. Elke kamer ligt er onaangeroerd bij. Hier huizen duizenden verhalen onder één dak: van de antieke poppenhuizen tot de originele buste van Napoleon, van de pelikaanbeelden die er geen zijn tot de 16e -eeuwse bedevaartsvaandels. Alsof je een geschiedenisboek binnen stapt en een wandeling maakt door de 18e, 19e en de eerste helft van de 20e eeuw.

Huis Beaucarne

Koekjes voor nieuwjaar

Bijna dagelijks botsen ze in hun eigen huis op verrassingen. Lena neemt een ijzeren voorwerp vast, een lange steel met op het einde twee bladen die op elkaar plakken. De binnenkant van de bladen is versierd met religieuze motieven. “Dit staat al sinds 1954 aan de kachel. Ik heb het al vele keren vastgepakt, maar pas vorige week werd me duidelijk dat het eigenlijk een totaal ander doel heeft. Het werd gebruikt om nieuwjaarskoekjes mee te bakken. Het dateert van begin 18e eeuw.”

Julien en Lena slaagden er in om van veel zaken in het huis en de tuin het levensverhaal te achterhalen. Beide zijn meestervertellers en kennen de materie door en door. Bezoekers hangen aan hun lippen. Toch blijven ook voor hen nog een aantal mysteries onbeantwoord. Eén daarvan is dat in de regio verteld wordt dat er een onderaardse gang loopt tussen Huis Beaucarne en de abdij van Ename.

Huis Beaucarne

Pronkstukken van de abdij en een kapot slot

Huis Beaucarne werd in 1748 gebouwd door de vooraanstaande gelijknamige familie. Ze werkten voor de machtige benedictijnerabdij van Ename. Tijdens de Franse Revolutie werd de abdij met de grond gelijk gemaakt. De ruïne kan je nog steeds bezichtigen op de linkeroever van de Schelde.

De Beaucarnes, toen burgemeester van Ename, haalden het abdijarchief en verschillende kerkschatten in huis. “De goederen van de abdij werden hier op het marktplein openbaar verkocht. Mijn voorvaderen moesten maar uit het raam leunen om een bod uit te brengen”, zegt Julien.

De ingang naar de kelder onder het huis bevindt zich in de prachtige tuin waar van mei tot en met oktober, van vrijdagmiddag tot zondag thee en koffie wordt geschonken en vers gebak geserveerd. Lena wijst op een gat in de deur. “De terugtrekkende Duitsers schoten hier eind oktober 1918 het slot kapot. Honderd jaar later is het nog niet hersteld. We weten uit de archieven dat op dat moment een groot deel van de familie in de kelder aan het schuilen was. Gelukkig voor ons hadden de soldaten enkel oog voor de vele flessen wijn.”

Huis Beaucarne

Schaatsen op de Schelde

Het zou vanuit deze kelder zijn dat een onderaardse gang tot aan de abdij loopt, enkele honderden meters verderop naar de Schelde toe. Een vluchtweg? Een toegangsweg?

“We kunnen enkel gissen”, zegt Julien. “We vonden in de tuin oude dierenbotten die in de 18e eeuw dienst deden als schaatsen.

Ze worden bewaard in de Wonderkamer. Zo konden de Beaucarnes ook in de winter de abdij bereiken als de Schelde was dichtgevroren. Ik vermoed dus dat we de mogelijkheid van een toegangsweg naar de abdij mogen schrappen. Een vluchtweg voor de monniken, misschien?”

Huis Beaucarne

Uitgedroogde beek en een plantje geschiedenis

Naast de oude orchideeënserre waar koffie en gebak wordt geserveerd, staat een gigantische moerascypres. De indrukwekkende boom torent 40 meter hoog boven de binnenkoer uit. In mei tooit hij zich met blauwe regen. Met zijn wortels staat hij in de sinds lange tijd uitgedroogde Riekensbeek. De beek ontspringt in Volkegembos en meanderde dwars door het centrum van Ename naar de Schelde. De beek werd door de monniken ingedamd en passeert de tuin van Huis Beaucarne. “Als zich hier ooit een tunnel bevond, dan zal hij vermoedelijk gebouwd zijn in de historische bedding van de Riedekensbeek”, vermoedt Julien die ons naar een volgend mysterie loodst voorbij de prachtige rozentuin van Lena.

Daar staat de oudste druivenserre van België in de vorm van een Turkse tent. Binnen groeien zoete druiven. Op de benedenverdieping bloeien Beaucarnea’s, kamerplanten die hun bijnaam van olifantspoten niet hebben gestolen. Julien en Lena noemen het ‘een plantje geschiedenis’.

Hoe het daar komt en waarom het genoemd is naar de Beaucarnes kan je best Julien en Lena zelf vragen.