Menu

Het verhaal van Johanna, het laatste begijntje van Hoogstraten


Johanna Van Den Wijngaard

Zelfs begijntjes zijn in staat tot pest- en haatgedrag. De twee laatste begijntjes van het begijnhof in Hoogstraten konden elkaar totaal niet luchten. Het zal de anders zo levenslustige Johanna van den Wijngaard, de laatste begijn van Hoogstraten, zeker getekend hebben.

Johanna Van Den Wijngaard

De vrouwen die de gelofte van zuiverheid en gehoorzaamheid afleggen in een begijnhof hebben doorgaans al een leven achter de rug. De één treedt in met liefdesverdriet, de ander omdat ze weduwe geworden is en nog een ander omdat ze nooit een man in haar leven heeft gevonden.

Johanna van den Wijngaard werd geboren in 1894 in het Nederlandse dorpje Prinsenbeek, vlakbij Breda. Ze werd geprofest op 1 mei 1934 na haar proefjaar als novice in het begijnhof van Hoogstraten. Een professie houdt in dat je de geloften aflegt tijdens de mis met een kroon van bloemen op je hoofd. Nadien wordt feest gevierd met je familie in het convent. De reden waarom Johanna haar verdere leven als begijn wou doorbrengen, is niet bekend. Zeker is wel dat ze geen kinderen had. Voor haar professie werkte ze enkele jaren in een vrouwenhuis in Breda. Ze had niet gestudeerd. Volgens haar neef en nicht heeft ze een tijdje een relatie gehad met een man, maar is dat om onduidelijke redenen afgesprongen. 

De meeste begijntjes van Hoogstraten kwamen in die tijd uit Nederland. Hoogstraten bevindt zich vlakbij de grens. Twee zussen van Johanna waren al eerder naar België afgezakt. Ze waren zuster in het klooster van Berlaar.

Een begijn die van het leven houdt

Elke begijn moet zelf instaan voor haar inkomsten. Van den Wijngaard kon al snel na haar professie als kosteres aan de slag in de begijnhofkerk. Het leverde haar maandelijks 125 frank op. Ook voor het onderhoud van de kerk en het koper werd ze betaald. Ze vond een extra bijverdienste in het naaien voor kroostrijke gezinnen van Hoogstraten en af en toe werd ze betaald om enkele dagen lang te bidden voor iemand met examens of zieke mensen. Tijdens haar eerste jaren als begijn stopte haar vader haar soms wat geld toe.

In het boek van Piet Van Deun, conservator van het Stedelijk Museum Hoogstraten, over de laatste begijnen van Hoogstraten wordt van den Wijngaard omschreven als een begijn die van het leven houdt. Ze kreeg graag bezoek, hield van dansen en goed eten. Soms had ze problemen aan haar hart. “Ze legde soms ook de Tarotkaarten. Dat deed ze uit liefhebberij”, weet Maria Spaepen die van den Wijngaard nog gekend heeft als kind. Paula Snoeys herinnert zich dat de kosteres ook het stoelgeld inde, een kwartje. “Wie geen kwartje bij zich had, moest recht staan. Ze was daar zeer streng op.” Ze woonde in het huisje nummer 26.

Haar familie zocht haar vaak op. Voor haar neef en nicht was dat steeds een avontuur. “We mochten met tante Anna – zo noemden wij haar – altijd mee de klok luiden. We bleven dan aan het touw hangen en gingen zo mee de lucht in. Gieren!”, herinnert Piet van den Wijngaard zich.

Johanne Van Den Wijngaard

De grijze haren van de pastoor

Begin jaren zestig bleven nog maar twee begijnen over in het begijnhof. Begijn Slangen deed haar professie op 21 december 1957. Uit brieven van de toenmalige pastoor Van Reusel bleek dat de twee begijnen met getrokken zwaarden tegenover elkaar stonden. Het zal de hartproblemen van Johanna geen goed gedaan hebben. De ruzies bereikten een dramatisch hoogtepunt toen Johanna in 1963 stopte als kosteres. Slangen nam over, maar deed dat niet met dezelfde werkijver als haar voorgangster. Als we pastoor Van Reusel mogen geloven, was het Slangen die op alle mogelijke manieren het leven van Johanna zuur maakte. Beschuldigingen die kant noch wal raakten, vlogen haar kant uit. De pastoor moest meermaals tussen komen.

Uiteindelijk bleek begijn Slangen aan achtervolgingswaanzin te leiden. In 1967 verliet ze het begijnhof en werd ze opgenomen. Ze stierf pas in 1980. Begijn van den Wijngaard bleef alleen achter, misschien was het wel de gelukkigste dag van haar leven toen Slangen de enorme poorten van het begijnhof achter zich toesloeg.

Johanna Van Den Wijngaard

600 jaar begijnen

Vijf jaar later, op 21 augustus 1972, verliet ze zelf het begijnhof en trok ze in een rusthuis. Zo kwam een einde aan 600 jaar aanwezigheid van begijnen in Hoogstraten. Al haar voorgangers werden op hun oude dag verzorgd in het begijnhof zelf. Ze stierf enkele maanden later op 10 december 1972 op 78-jarige leeftijd. Op haar graf op het kerkhof van Hoogstraten werd een houten kruisje geplaatst. De witte kruisjes die haar graf omringen, zijn die van zusters Ursulinen.

Bij haar vertrek was het begijnhof niet meteen een toonbeeld van een groene oase. Een groep vrijwilligers trok zich het lot van het begijnhof aan. Na grondige restauratiewerken is het begijnhof een toonbeeld van rust geworden, een stilteplek in een bruisende stad. In het Stedelijk Museum Hoogstraten wordt de geschiedenis van het begijnhof en zijn bewoonsters uitgebreid belicht.

Praktisch

Als lid van Open Monumenten kan je in het Stedelijk Museum Hoogstraten met je lidkaart een getrouwheidspunt sparen. In ruil voor 2 punten krijg je 3 prachtige postkaarten van het museum cadeau.

Het Stedelijk Museum Hoogstraten is open van woensdag tot en met zondag, telkens van 14 tot 17 uur. Begijnhof 9, Hoogstraten.