Menu

Vijf monumenten die een nieuwe bestemming kregen

Al te vaak denken we bij "erfgoed" aan een gebouw onder een dikke laag stof. Maar niets is minder waar: erfgoed, monumenten, plekken uit het verleden maken deel uit van ons dagelijks leven. Kijk naar de talloze kerken in ons land, die hier en daar opnieuw opbloeien dankzij een boeiend nieuwe invulling. Met respect voor het erfgoed wordt een kerk bijvoorbeeld een boekhandel in Maastricht, of een brouwerij in Kwatrecht. Wij zetten vijf van zo'n succesvolle herbestemmingen in de kijker.

Hof van Busleyden

Hof van Busleyden: van stadspaleis tot stadsmuseum

Jeroen van Busleyden was een man van zijn tijd. Hij liet zich Hiëronymus noemen, stamde uit een rijk geslacht, was humanist en een mecenas voor verschillende kunstenaars. Net als zijn broer Frans bekleedde hij een hoge functie aan het hof van Filips de Schone. Hij zakte af naar Mechelen, toen het centrum van de Lage Landen.

Begin 16de eeuw liet hij een prachtig bouwwerk optrekken door de Mechelse stadsarchitect Rombout II Keldermans. Hij maakte hiervoor handig gebruik van stadssubsidies. Hij wist maar al te goed hoe hij die kon aanwenden voor persoonlijk gebruik. Vanaf 1507 vonden in dit magnifieke stadspaleis Bourgondische banketten plaats waar de bekendste knappe koppen van Europa aanschoven. Erasmus en Thomas More om er maar twee te noemen. Het was de tijd van de renaissance, de periode dat nieuwe ideeën stilaan ingang vonden. En al die ideeën passeerden door de gangen van het Hof van Busleyden. 

Na de dood van Jeroen ging het paleis verschillende keren over in andere adellijke handen. In 1914 maakte een bombardement een einde aan dit prachtige hof. In 1930 werd de ruïne in zijn oude glorie hersteld en twee jaar geleden kreeg het een nieuw leven als stadsmuseum.

Transfo

Transfo: van elektriciteitscentrale tot avonturenpark

Zwevegem was begin jaren 1900 zijn tijd vooruit. De Zwevegemse gemeenteraad stemde in 1911 al in met de bouw van een elektriciteitscentrale: één van de eerste in België. Al in oktober kon een straat volledig verlicht worden met elektriciteit. Op het domein werden ook dienstwoningen en administratieve woningen gebouwd. Site Transfo doorstond beide wereldoorlogen goed. Eind jaren vijftig werd stilaan overgeschakeld op stoom om industrie en woningen van warm water te voorzien.

In 1999 werden alle activiteiten uiteindelijk stilgelegd en het industrieel erfgoed werd beschermd. De schoorstenen, watertoren, het ketelhuis, het generatorgebouw en de stookolietanks zijn een indrukwekkend gezicht op de 11 hectare grote site langs het kanaal Bossuit – Kortrijk. Een fietspad loopt er dwars doorheen. 

In het oude werkhuis van de elektriciens werd een escaperoom ingericht. De oude olietank is nu een gigantische duiktank met 13.000 kubieke meter water! In het café ernaast kan je via glazen wanden de duikers volgen op hun weg naar de bodem. 

Kaaihoeve

De Kaaihoeve: van Scheldehaven tot natuur-educatief centrum

Veel haventjes langs de Boven-Schelde zijn in de loop van de twintigste eeuw verdwenen. Ook op en rond het Provinciaal natuur-educatief centrum De Kaaihoeve in Meilegem zie je niet meer dat zich hier ooit een haventje bevond. De boerderij werd eind 18de eeuw gebouwd door de toenmalig burgemeester van Meilegem Pierre Louis Devos. Op de loskade kwamen goederen uit Doornik aan als steenkool en kalk die van daar met paard en kar verder het binnenland in werden gebracht. 

Nu is het hier hemels stil en hoor je enkel nog vogels fluiten in de Scheldemeersen. In de 19de eeuw moet hier een aangename drukte geheerst hebben. In 1891 werd in de boerderij zelfs het café ‘In de Kaai’ ingericht.  De Schelde moest zich aanpassen aan de grotere boten. De rivier werd rechtgetrokken, verbreed, uitgediept en van dijken voorzien. De Scheldebocht waar ook de Kaaihoeve langs lag, werd afgesloten in 1897. De overslaghaven bleef nochtans bestaan. Over een berm werd een spoorwegje aangelegd naar de nieuwe Schelde, zo’n 200 meter verderop. Hoewel de nadruk nu meer op het boerderijleven lag, bleef de haven bestaan tot rond 1950.

Ensorhuis

Het Ensorhuis: Van souvenirwinkel tot museum

De moeder en tante van James Ensor baatten in de Vlaanderenstraat in Oostende een schelpen- en souvenirwinkel uit. Ze verkochten er Chinoiserie en carnavalsartikelen zoals maskers en kostuums. Toen zijn tante stierf, erfde vrijgezel Ensor het huis. Hij liet de winkel intact en richtte zijn atelier op de eerste verdieping in het ‘Blauwe Salon’ in.

Tot dan toe schilderde Ensor op de mansarde van zijn ouderlijk huis. Het monumentale werk ‘De Intocht van Christus te Brussel’ (1889) lag er al die tijd opgerold in een hoek. Het 4,31 meter lange en 2,58 meter hoge werk was simpelweg te groot om uit te rollen. Pas toen hij zijn intrek nam in het huis van zijn tante kon het werk ontrold worden. Pas in 1929 werd het kunstwerk door het publiek als een meesterwerk erkend. De carnavalsmaskers uit de winkel van zijn tante speelden in het werk een grote rol. 

Drie jaar na de dood van Ensor kreeg het huis een museumfunctie. Dat zou hij ongetwijfeld gewaardeerd hebben: in zijn thuisstad Oostende ijverde hij zelf voor het behoud van erfgoed, zoals voor het Ter Duinenkerkje in Mariakerke.

De Bottelarij

De Bottelarij in Ulbeek: van brouwerij tot warme ontmoetingsplek

Het dorpsplein van Ulbeek is beschermd. De 18de-eeuwse Sint-Rochuskerk en de voormalige brouwerij Hayen maken er deel van uit.  De familie Hayen baatte de brouwerij in de 19de eeuw uit als een vorm van bijverdienste, een extraatje voor tijdens de winter. Met het aantreden van Arthur Hayen werd het ernstiger: hij richtte er in 1890 een ultramoderne brouwerij op, de brasserie Saint-Roch. De bieren werden tot ver buiten de dorpsgrenzen gedronken. Het was de concurrentie met de lage gistingsbieren als pils die de brouwerij nekten: Arthurs zoon vroeg in 1939 het faillissement aan.  

De verschillende gebouwen van de brouwerij kregen in de loop der jaren verschillende bestemmingen. Zo werd één van de schuren van de boerderij van de familie Hayen omgebouwd tot een dancing! Na de renovatie ontstond de Bottelarij, een ontmoetingspunt waar toerisme en cultuur samenkomen. Je geniet er van uitgelezen Limburgse streekgerechten en streekbieren.